Informatie
Banksparen: niet alles dat er blinkt, is goud
De Bankspaar-hypotheek is populair vandaag. Ook ik kom in veel adviessituaties tot een oplossing waarin Banksparen een mooie rol speelt. Steevast breng ik in het gesprek de aflossing van de hypotheek naar voren. Banksparen is een product dat uitstekend past in die filosofie, als je naast de voordelen ook de nadelen van het product eerlijk belicht. In dit artikel zet ik de Spaarhypotheek en Bankspaarhypotheek naast elkaar en stip ik enkele bijzonderheden aan.
Spaarhypotheek was revolutie
In de jaren '90 was er regelmatig discussie over aflossing d.m.v. een annuïteitenlening of een traditionele levensverzekering. Deze laatste aflossingsvariant kende een aantal fiscale voordelen t.o.v. de annuïteitenhypotheek. De premie bestaat uit een spaardeel en een overlijdensrisicodeel. Naast deze twee componenten is er echter ook sprake van een kostenfactor. Volgens een aantal consumentenbelangenorganisties waren deze kosten in veel gevallen te hoog. Koren op de molen van productontwikkelaars, die uit het hypotheek-laboratorium in 1989 een Spaarhypotheek tevoorschijn toverden.
Bij een spaarhypotheek wordt gedurende de looptijd niet afgelost. Het verschil met de traditionele levenhypotheek is de gegarandeerde renteaangroei in de spaarpolis. Over de maandelijkse te betalen spaarpremie wordt een rente vergoed, die even hoog is als de hypotheekrente, maar dan wel belastingvrij. Dit laaste heeft te maken met het feit dat een spaarpolis een verzekeringsproduct is en uit dien hoofde als Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW) aangemerkt kan worden. Aan het eind van de looptijd wordt de gehele schuld gegarandeerd afgelost. Bij onverhoopt eerder overlijden wordt de schuld geheel of gedeeltelijk afgelost.
Banksparen is dan evolutie
Sinds 1 januari 2008 is het ook mogelijk fiscaal gunstig te sparen bij een bank voor de aflossing van de hypotheek. In mijn adviespraktijk probeer ik te benadrukken dat de Wet Banksparen er met name is gekomen als alternatief voor de kapitaalverzekering, waarbij de premie wordt belegd. Immers voor 1 januari 2008 bestond alleen de mogelijkheid om met een kapitaalverzekering (KEW) belastingvrij vermogen op te bouwen. Deze kapitaalverzekering kan in de vorm van een zuivere spaarpolis en een beleggingspolis worden aangeboden. Bij de beleggingspolis is er veel mis gegaan, denk maar aan de woekerpolis-affaire. In de zomer van 2007 is, mede n.a.v. hiervan, ook de politiek zich hiermee gaan bemoeien. In het kader van gelijke behandeling van verzekeringsproducten en bancaire producten is er een Wet Banksparen gekomen. Onder deze wet valt dus ook een beleggingsrekening die wordt gebruikt voor de aflossing van de lening op de eigen woning.
Banksparen geen verbeterde spaarhypotheek
De spaarhypotheek en de bankspaarhypotheek zijn nauw verwant aan elkaar. Soms wordt de bankspaarhypotheek als een verbeterde spaarhypotheek gepresenteerd. Mijns inziens is dat wat kort door de bocht. Op de volgende punten verschillen zij van elkaar.
* Bij een bankspaarrekening is het deposito-garantiestelsel van toepassing, met een max. garantie. Het meerdere boven het gegarandeerde tegoed zou overigens wel eens minder veilig kunnen zijn dan bij een verzekeraar.
* Een bankspaarhypotheek moet altijd in box 1 worden geplaatst. Dit beperkt de flexibiliteit. Voorzichtigheid is geboden indien een oud regime spaarpolis (valt onder een interessante fiscale overgangsregeling), wordt omgezet naar een bankspaarproduct. De genoemde overgangsregeling komt dan namelijk te vervallen. Bij de spaarhypotheek is er de keuze voor plaatsing in box 1 of box 3.
* Bij onverhoopt overlijden kort voor de einddatum is de bankspaarrekening z.g.a. vol gespaard en vindt er deblokkering van het spaarsaldo plaats. Dit bedrag valt in de nalatenschap van de overledene. Afhankelijk van ander vermogensbestanddelen zal er over dit bedrag erfbelasting betaald moeten worden. Uitgaande van een huwelijk buiten gemeenschap van goederen of ongehuwd samenwonen, kan er bij de spaarhypotheek premiesplitsing worden toegepast. Het gevolg hiervan is dat de uitkering bij overlijden altijd vrij van erfbelasting is. Tevens kent een aantal bankspaarhypotheken de verplichting om bij overlijden de opgebouwde waarde in mindering op de schuld te brengen. Het kan soms interessant zijn de opgebouwde waarde verder te laten 'oprenten'. Met name wanneer een van de twee rekeninghouders in de slotfase komt te overlijden, kan het nadelig zijn de spaarrekening op te heffen. Immers, in de laatste jaren groeit de rekening het snelst.
* Het overlijdensrisicodekking kan bij de bankspaarhypotheek elders worden ondergebracht. Dit kan premievoordeel tot gevolg hebben.
* Een aantal aanbieders werkt met de zogenaamde marktwaarde correctie. Dit betekent dat bij mutaties er bedragen ten laste van de spaarrekening geboekt kunnen worden. Daar de uitkering op de einddatum wel voor 100% gegarandeerd is, leidt dit vervolgens tot een verhoging van de spaarinleg.
Conclusie
Banksparen en Spaarhypotheek: overeenkomsten en verschillen. Als u een keuze wilt maken, is het raadzaam toch even contact te leggen met een deskundig adviseur.
De Bankspaar-hypotheek is populair vandaag. Ook ik kom in veel adviessituaties tot een oplossing waarin Banksparen een mooie rol speelt. Steevast breng ik in het gesprek de aflossing van de hypotheek naar voren. Banksparen is een product dat uitstekend past in die filosofie, als je naast de voordelen ook de nadelen van het product eerlijk belicht. In dit artikel zet ik de Spaarhypotheek en Bankspaarhypotheek naast elkaar en stip ik enkele bijzonderheden aan.
Spaarhypotheek was revolutie
In de jaren '90 was er regelmatig discussie over aflossing d.m.v. een annuïteitenlening of een traditionele levensverzekering. Deze laatste aflossingsvariant kende een aantal fiscale voordelen t.o.v. de annuïteitenhypotheek. De premie bestaat uit een spaardeel en een overlijdensrisicodeel. Naast deze twee componenten is er echter ook sprake van een kostenfactor. Volgens een aantal consumentenbelangenorganisties waren deze kosten in veel gevallen te hoog. Koren op de molen van productontwikkelaars, die uit het hypotheek-laboratorium in 1989 een Spaarhypotheek tevoorschijn toverden.
Bij een spaarhypotheek wordt gedurende de looptijd niet afgelost. Het verschil met de traditionele levenhypotheek is de gegarandeerde renteaangroei in de spaarpolis. Over de maandelijkse te betalen spaarpremie wordt een rente vergoed, die even hoog is als de hypotheekrente, maar dan wel belastingvrij. Dit laaste heeft te maken met het feit dat een spaarpolis een verzekeringsproduct is en uit dien hoofde als Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW) aangemerkt kan worden. Aan het eind van de looptijd wordt de gehele schuld gegarandeerd afgelost. Bij onverhoopt eerder overlijden wordt de schuld geheel of gedeeltelijk afgelost.
Banksparen is dan evolutie
Sinds 1 januari 2008 is het ook mogelijk fiscaal gunstig te sparen bij een bank voor de aflossing van de hypotheek. In mijn adviespraktijk probeer ik te benadrukken dat de Wet Banksparen er met name is gekomen als alternatief voor de kapitaalverzekering, waarbij de premie wordt belegd. Immers voor 1 januari 2008 bestond alleen de mogelijkheid om met een kapitaalverzekering (KEW) belastingvrij vermogen op te bouwen. Deze kapitaalverzekering kan in de vorm van een zuivere spaarpolis en een beleggingspolis worden aangeboden. Bij de beleggingspolis is er veel mis gegaan, denk maar aan de woekerpolis-affaire. In de zomer van 2007 is, mede n.a.v. hiervan, ook de politiek zich hiermee gaan bemoeien. In het kader van gelijke behandeling van verzekeringsproducten en bancaire producten is er een Wet Banksparen gekomen. Onder deze wet valt dus ook een beleggingsrekening die wordt gebruikt voor de aflossing van de lening op de eigen woning.
Banksparen geen verbeterde spaarhypotheek
De spaarhypotheek en de bankspaarhypotheek zijn nauw verwant aan elkaar. Soms wordt de bankspaarhypotheek als een verbeterde spaarhypotheek gepresenteerd. Mijns inziens is dat wat kort door de bocht. Op de volgende punten verschillen zij van elkaar.
* Bij een bankspaarrekening is het deposito-garantiestelsel van toepassing, met een max. garantie. Het meerdere boven het gegarandeerde tegoed zou overigens wel eens minder veilig kunnen zijn dan bij een verzekeraar.
* Een bankspaarhypotheek moet altijd in box 1 worden geplaatst. Dit beperkt de flexibiliteit. Voorzichtigheid is geboden indien een oud regime spaarpolis (valt onder een interessante fiscale overgangsregeling), wordt omgezet naar een bankspaarproduct. De genoemde overgangsregeling komt dan namelijk te vervallen. Bij de spaarhypotheek is er de keuze voor plaatsing in box 1 of box 3.
* Bij onverhoopt overlijden kort voor de einddatum is de bankspaarrekening z.g.a. vol gespaard en vindt er deblokkering van het spaarsaldo plaats. Dit bedrag valt in de nalatenschap van de overledene. Afhankelijk van ander vermogensbestanddelen zal er over dit bedrag erfbelasting betaald moeten worden. Uitgaande van een huwelijk buiten gemeenschap van goederen of ongehuwd samenwonen, kan er bij de spaarhypotheek premiesplitsing worden toegepast. Het gevolg hiervan is dat de uitkering bij overlijden altijd vrij van erfbelasting is. Tevens kent een aantal bankspaarhypotheken de verplichting om bij overlijden de opgebouwde waarde in mindering op de schuld te brengen. Het kan soms interessant zijn de opgebouwde waarde verder te laten 'oprenten'. Met name wanneer een van de twee rekeninghouders in de slotfase komt te overlijden, kan het nadelig zijn de spaarrekening op te heffen. Immers, in de laatste jaren groeit de rekening het snelst.
* Het overlijdensrisicodekking kan bij de bankspaarhypotheek elders worden ondergebracht. Dit kan premievoordeel tot gevolg hebben.
* Een aantal aanbieders werkt met de zogenaamde marktwaarde correctie. Dit betekent dat bij mutaties er bedragen ten laste van de spaarrekening geboekt kunnen worden. Daar de uitkering op de einddatum wel voor 100% gegarandeerd is, leidt dit vervolgens tot een verhoging van de spaarinleg.
Conclusie
Banksparen en Spaarhypotheek: overeenkomsten en verschillen. Als u een keuze wilt maken, is het raadzaam toch even contact te leggen met een deskundig adviseur.