Trappen

Elke trap heeft een andere uitstraling, vormgeving en maatvoering. Dit heeft te maken met de situatie waarin de trap komt te staan en de wensen van de consument.

Hieronder hebben we een aantal verklaringen en vaktermen en de eventueel daarbij horende maten, zoals die in het Bouwbesluit zijn vastgelegd en van toepassing zijn voor trappen in een nieuwbouwwoning toegelicht.

Aantrede

Dit is de horizontale maat van het tredevlak. De minimummaat volgens het Bouwbesluit is 22 cm.

Beloopbaarheid

Hieronder wordt verstaan de verhouding tussen de optrede en de aantrede. Een in de trappenindustrie gebruikte formule,ook wel 'struikelformule' genoemd, (2x optrede + 1x aantrede)

Hoofdbaluster

Dit is een loodrecht opgaand deel van de trap t.p.v. een uiteinde van een trapboom.

Hoogte onderkant vloer

Dit is de hoogtemaat, loodrecht gemeten, vanaf de bovenkant van de onderliggende vloer tot onderkant van het afgewerkt plafond t.p.v. de bovenliggende vloer. Het Bouwbesluit geeft aan dat dit minimaal 260 cm moet zijn.

Hoogte van de trap

Dit is de hoogtemaat t.p.v. de trap, loodrecht gemeten vanaf de bovenkant van de onderliggende vloer tot de bovenste trede van de trap. Dit mag volgens het Bouwbesluit max. 400 cm zijn. Indien er grotere hoogtes moeten worden overbrugd, dan zal een bordes moeten worden opgenomen.

Looplijn

Dat is de lijn die de route aangeeft die een persoon geacht wordt te volgen bij het belopen van de trap.

Muurleuning

Een deel langs de aansluitende muur/afscheiding, te bevestigen op leuninghouders.

Optrede

Dat is de verticale, loodrecht gemeten, hoogtemaat tussen de bovenzijden van 2 opeenvolgende tredevlakken. Deze maat mag volgens het Bouwbesluit max. 18,5 cm zijn.

Stootbord

Een verticaal geplaatst deel van de trap, veelal van massief hout of plaatmateriaal, dat dient ter afsluiting van de opening tussen 2 opeenvolgende traptreden noemt men "dichte trap". Een trap zonder stootborden noemt men "open trap".

Spil

Een loodrecht opgaand houten deel waarop de hoektreden van een trap steunen of in bevestigd worden.

Trapboom

Verticaal deel aan de buitenzijden van de trap, waarop de treden steunen of in bevestigd worden.

Tredebreedte

Een trede moet, ter plaatse van de looplijn gemeten, volgens het Bouwbesluit tenminste 23 cm breed zijn.

Vrije hoogte

Dat is de hoogtemaat, loodrecht gemeten tussen elke willekeurige positie op de voorkant van een trede en het daarboven aanwezige bouwdeel. Deze maat moet volgens het Bouwbesluit min. 230 cm zijn.

Welbreedte

Hieronder wordt verstaan het overstek van de bovenliggende trede t.o.v. de onderliggende trede. Het Bouwbesluit vereist een welbreedte van 1 cm.

Welstuk

Daarmee wordt de bovenste traptrede bedoeld, die aansluit tegen de vloer. Deze is veelal veel smaller dan de andere treden en dient ter realisering  van de welbreedte.